
'Ruim twee miljoen banen zijn afhankelijk van export'; Factcheck
NRC Handelsblad
21 mei 2014 woensdag


Section: Economie
 Christiaan Pelgrim

SAMENVATTING
Deze rubriek beoordeelt elke woensdag een bewering op waarheidsgehalte. Deze week een uitlating van premier Rutte.
  De aanleiding 
Premier Mark Rutte zei vorige week in een toespraak in Leiden dat Europese samenwerking ,,hard nodig" is voor de Nederlandse arbeidsmarkt. ,,Export betekent handel, handel betekent banen, en met banen kunnen we ons eigen leven inrichten." En hij noemde harde cijfers: ,,Nederland is een land waar ruim twee miljoen banen van export afhankelijk zijn." Klopt dit? 
 Waar is het op gebaseerd? 
De cijfers blijken afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat een maand geleden de Internationaliseringsmonitor uitbracht. In 2012, zo valt in het rapport te lezen, bedroeg de werkgelegenheid dankzij export ongeveer een derde van de totale werkgelegenheid in Nederland. Om precies te zijn: 2,2 miljoen voltijdbanen.  
 En, klopt het? 
Dit aantal berekende het CBS op basis van zijn Nationale Rekeningen: het officiële jaaroverzicht van de economie. Daarin staat hoeveel diensten of producten verschillende bedrijfstakken aan elkaar leveren, hoeveel ze exporteren, en hoeveel mensen er werken, uitgedrukt in voltijdbanen. 
Wanneer telt een baan mee als één van die 2,2 miljoen? Er is rekening gehouden met mensen die maar een gedeelte van hun werktijd aan export besteden, legt hoofdeconoom Peter Heijn van Mulligen van het CBS uit. Hij geeft het voorbeeld van een accountant die de helft van zijn tijd werkt voor een fabriek die alleen maar exporteert. De andere helft besteedt hij aan een bakker die alleen voor Nederlandse consumenten produceert. In dat geval telt de accountant voor 0,5 voltijdbanen mee in de exportstatistiek. En zo kan nog vele niveaus dieper worden gerekend. Bijvoorbeeld naar de schoonmaker, die 10 procent van zijn tijd voor de accountant werkt. 
Rutte zei dat deze 2,2 miljoen banen ,,afhankelijk" zijn van export. Anders gezegd: zonder export zouden ze er niet zijn. Dat kon hij prima zo zeggen, volgens Peter Hein Mulligen. Er zouden volgens hem zelfs méér banen verdwijnen als de export volledig wegvalt. Nu hebben veel ondernemingen zowel Nederlandse als buitenlandse klanten, waardoor hun afzetmarkt is groter is. Dat zorgt ervoor dat ze allerlei vaste lasten (gebouw, stroom, enz.) makkelijker kunnen betalen. Zij kunnen in de problemen komen als hun afzetmarkt kleiner wordt, waardoor ze extra mensen moeten ontslaan. 
Laten we ook checken of we die banen aan de Europese Unie te danken hebben. Rutte gebruikt dit cijfer namelijk om te illustreren dat Europese samenwerking belangrijk is voor banen in Nederland. Handel tussen EU-landen wordt bevorderd door de 'interne markt', die ervoor zorgt dat niet alleen personen, maar ook goederen, geld en diensten zich vrij kunnen bewegen binnen de EU. 
Zou de Nederlandse export totaal instorten zonder deze interne markt? Nee, zo blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). In 2005 was ongeveer 18 procent van de Nederlandse export te danken aan de voordelen van de interne markt. Dat percentage zal nu, bijna tien jaar later, niet veel hoger zijn, denkt Arjan Lejour van het CPB, die destijds meewerkte aan dit onderzoek. Daar kun je volgens hem ook uit concluderen dat ongeveer 18 procent van de exportgerelateerde banen te danken zal zijn aan de Europese interne markt. Als je dat combineert met de CBS-cijfers, dan zouden ongeveer 396.000 banen verdwijnen. 
 Conclusie 
Volgens het CBS heeft Nederland inderdaad 2,2 miljoen voltijdbanen te danken aan de export. Daarom beoordelen wij de bewering van premier Rutte als waar. 
 
 
Foto Thinkstock
 